Het Evangelie van Judas
Het Evangelie van Judas is een onderdeel van een oud Koptische (Egyptisch) codex die
gedateerd wordt rond de derde eeuw na Christus. Ondanks dat het in de zeventiger jaren
van de twintigste eeuws ontdekt is is het deel dat het Evangelie van Judas genoemd wordt
pas recentelijk herstelt en vertaalt door wetenschappers.
Het voltooien van het herstel en de vertaling werd aangekondigd door de National Geographic
Society tijdens een persconferentie in Washington, D.C. op 6 april 2006. Het manuscript werd
geopend op het hoofdkantoor van National Geographic Society, hetgeen gepaard ging met een
televisiedocumentaire op 9 april 2006.
De taal waarin de codex, die het Evangelie van Judas bevat, geschreven is is van hetzelfde dialect
van het Koptisch als de gnostische bibliotheek van Nag Hammadi, die in 1945 werd ontdekt in Egypte.
De Codex bestaat uit drie delen: een Brief aan Filipus die wordt toegeschreven aan Petrus (een variant
van deze brief is ook onderdeel van de Nag Hammadi collectie), de Openbaring van Jacob (ook bekend
van de Nag Hammadi bibliotheek) en het Evangelie van Judas.
Het Evangelie van Judas bevat gnostische gedachten en beweringen, die nieuwe informatie zouden
bevatten omtrent de relatie tussen Jezus en Judas Iscariot. "In tegenstelling tot de overlevering
zoals beschreven door de canonieke Evangeliën Mattheus, Marcus, Lukas en Johannes, die Judas neerzetten
als een verrader, schuldert het Evangelie van Judas hem af als iemand die handelt in opdracht van Jezus.
Het Evangelie van Judas was bekend onder de vroege christenen uit de tweede eeuw. Irenaeus, bisschop van
Lyon, ontkracht het in zijn invloedrijke werk Tegen de Dwaalleraren i.31.1:
"Zij stellen dat Judas de verrader was welbekend met deze zaken en dat hij alleen bekend was met een
waarheid die anderen niet bekend was, waardoor hij het mysterie van het verraad tot uitvoering bracht,
waardoor door hem alle dingen, aardse en hemelse, tot een verwarring werden gebracht. Zij produceerden
een verzonnen geschiedenis die zij opschreven in een stijl van het Evangelie van Judas."
Het is zeer wel mogelijk dat het document waarnaar Irenaeus hier verwijst de bron was van dit Koptische
document. De vroege gnostische leringen brachten tal van geschriften voort welke door de vroege kerk
duidelijk als misleidend en ketters werden gezien. Een groot deel van deze geschriften hadden weinig
gezag en kregen daarom een zogenaamde auteur van naam om het geschrift een hogere status van gezag te
geven.
Achtergrond
Het enig bekende manuscript dat de tekst van het Evangelie van Judas bevat werd ontdekt in de zeventiger
jaren van de twintigste eeuws. Het had daarvoor 1700 jaren in de Egyptische woestijn gelegen as een met
leer gebonden papyrus manuscript. De papyri waarop de tekst van dit zgn. Evangelie is geschreven bestaat
uit fragmenten waaraan onderdelen ontbreken, soms enkele woorden en op andere plaatsen meerdere regels
als gevolg van de tand des tijds. Volgens Rodolphe Kasser bestond de codex oorspronkelijk uit 62 paginas;
maar toen het in 1999 beschikbaar kwam op de markt waren er nog slechts 26 pagina's over. De andere
pagina's zijn verwijderd en verkocht. Van tijd tot de tijd komen deze ontbrekende pagina's boven water
en worden als zodanig geïdentificeerd.
Herontdekking
Dit Koptische Evangelie van Judas werd in 1983 te koop aangeboden in een schemerige antiekmarkt op een
hotelkamer in Geneve. Het zat tussen een stapel Griekse en Koptische manuscripten, die werden aangeboden
door een antiqiar uit Caïro aan Stephen Emmel, die namens de Southern Methodist University de opdracht
had de manuscripten te bekijken. Hoe de oude codex is ontdekt is niet goed beschreven. Men gaat ervan uit
dat de codex is ontdekt vlakbij El Minya in Egypte in de omgeving van het dorpje Beni Masar. De codex werd
na ontdekking verkocht aan de antiqair Hannah Soalo.
Omstreeks 1970, werd het manuscript en veel andere artefacten, die aanwezig waren bij de dealer, gestolen
door een Griekse handelaar Nikolas Koutoulakis, die ze vanuit Egypte naar Geneve smokkelde. Hannah zorgde
ervoor dat de codex weer werd opgespoord in samenwerking met antiekhandelaren in Zwitserland. Hij liet de
codex zien aan experts die het belang van deze codex inzagen. Toch duurde het ruim twee decaennia voordat
hij een koper vond die bereid was de vraagprijs van $3 miljoen te betalen.
Aankoop en datering
In april 2000 kocht de antiekhandelaar Frieda Nussberger-Tchacos de codex, maar de inhoud bleef geheim.
Uiteindelijk werd de codex aangekocht door de Maecenas Foundation in Basel, een prive stichting die gevoerd
wordt door de jurist Mario Jean Roberty.
Het bestaan van de tekst werd bekend gemaakt door Rodolphe Kasser tijdens een conferentie van koptische
specialisten in Parijs (juli 2004). In maart 2005 kondigde een woordvoerder van de Maecenas Foundation aan
dat er plannen zijn voor een bewerkte vertaling van het manuscript in het Engels, Frans en Duits, zodra
het kwetsbare papyrus een conserverende behandeling ondergaan zou hebben. Men verwachte binnen een jaar
de tekst te kunnen publiceren. Onderzoek door de National Science Foundation toonde op basis van een
koolstof C14 datering dat de vijf monsters uit het manuscript een datering laten zien die ligt tussen
het jaar 220 en 340. Het Koptische manuscript kan dus geplaatst worden in de derde of vierde eeuw.
Het Evangelie van Judas en de canonieke Evangeliën
Onmiddellijk na publicatie van de eerste berichten dat de tekst van het Evangelie van Judas openbaar
gemaakt zou gaan worden werd deze mededeling het door new-agers en andere aanhangers van het gnostische
denken aangegrepen om af te rekenen met de canonieke evangeliën. Met de populariteit van de Da Vinci Code
die beweert dat de canonieke evangeliën een politieke zet zijn om zgn oudere (lees gnostische) geschriften
naar de achtergrond te duwen, was het voor hen niet moeilijk om opnieuw te beweren dat het evangelie van
Judas ouder van datum is dan de canonieke evangeliën. De kerk zou zich nu ook al schuldig hebben gemaakt
door Judas valselijk te beschuldigen. De koolstof C14-datering levert het wetenschappelijke bewijs dat
dit manuscript niet ouder van datum is. Het belang van het evangelie van Judas is puur wetenschappelijk.
Het laat zien hoe de gnostiek bezig is geweest om de waarheid van het authentieke evangelie te verdraaien
door zgn. bekende namen te koppelen aan hun sektarische geschriften. De vondst van het Evangelie van
Judas toont aan hoe de gnostiek maar een doel had (en nog steeds heeft) nl het verdraaien van de waarheid.
Aanhangers van de gnostiek vandaag de dag zouden dit het liefste nog steeds zien gebeuren.
Peter F van der Schelde
|