Als God almachtig is, waarom laat hij dan zoveel ellende toe op de wereld?


Als God almachtig is, waarom laat hij dan zoveel ellende toe op de wereld?

door Jenö Sebök

Op Oudejaarsavond 2005 riep Youp van 't Hek God weer eens op het matje. Hij had het over alle geweld, onrecht en ellende op de aarde, en riep God ter verantwoording, onder luid applaus van het publiek. Youp kan het volksgevoel heel goed verwoorden. Daarom kreeg hij dan ook al die klappers op zijn hand. Maar hij - en al die klappers - zijn aan het verkeerde adres met hun klacht.

We geven God de schuld van alle ellende op de wereld, maar we moeten bij de duivel zijn. Want de god van deze eeuw, dat is de duivel! Johannes noemt Satan de overste van de wereld. Paulus noemt Satan de overste van de macht van de lucht, die de loop van deze wereld bepaalt. Job zegt dat de aarde in de macht van de goddeloze is gegeven. Als dat zo is, is het dan een wonder dat er zoveel ellende en onrecht op de aarde is?

Dus al die ellende op de wereld is geen bewijs dat er geen god bestaat, maar het is het bewijs dat de duivel de god van deze wereld is.
Oké, de duivel is de god van deze wereld. Maar God (met een hoofdletter) is toch almachtig?
Als God almachtig is, waarom laat hij dan toe dat de duivel de baas is op de wereld?

Dit is een cruciale, maar ook legitieme vraag. Het antwoord daarop is heel paradoxaal: Dat komt doordat we een liefhebbende God hebben. Johannes zet er als het ware een = teken tussen: God is liefde. Het grote gebod, waaraan alle andere geboden ondergeschikt zijn, luidt niet voor niets: Gij zult de Here uw God liefhebben met geheel uw ziel, met geheel uw verstand en met geheel uw hart. God heeft de wereld geschapen om liefde te kunnen geven en te ontvangen. God, die liefde is, wil iets hebben om zijn liefde op te richten. Iets dat zijn liefde kan beantwoorden. Daarom heeft hij wezens geschapen, met verstand begiftigd en het vermogen om lief te hebben. Dat impliceert dat deze wezens een vrije wil hebben. Liefde laat zich niet dwingen. Je kunt iemand wel dwingen lief te doen, misschien kun je iemand dwingen lief te zijn, maar je kunt niemand dwingen lief te hebben. Daarom schiep God hoge wezens, begiftigd met een groot verstand en een vrije wil: de engelen. Die hadden God vrijwillig lief. Hoe lang dat goed gegaan is, vermeldt de Bijbel niet, maar op een dag werd een van de hoogste engelen, Lucifer, jaloers. Hij gebruikte zijn vrije wil om God de hoogste plaats te betwisten. Hij wilde op de troon van God zitten, Zijn plaats innemen en alle eer ontvangen die alleen de Schepper toekomt. Zijn liefde veranderde in haat, een kille berekenende haat. Dit is de zondeval in de hemel geweest.

Er kwam dus oorlog in de hemel. De Bijbel leert dat een derde van alle engelen Lucifer volgde, die vanaf dat moment Satan (tegenstander) heet, of ook wel duivel genoemd wordt. Zijn volgelingen zijn de gevallen engelen, die demonen genoemd worden, of duivelen. Kennelijk had God het heelal ingedeeld in 'gewesten' die een hemelse vorst over zich gesteld hadden. Lucifer had van God het mandaat over de aarde gekregen. Door zijn val werd de aarde verwoest: 'woest en ledig'.

Hoe lang de aarde woest en ledig gebleven is vermeldt de Bijbel niet, maar in Genesis 1 vanaf vers 2 wordt beschreven hoe God deze aarde herschiep als woonplaats, niet voor engelen of demonen, maar voor dieren en mensen. De mensen waren begiftigd met een goed verstand en een vrije wil om hun Schepper lief te kunnen hebben. Adam was Gods kroonprins, bestemd om Satan op te volgen wanneer zijn mandaat zou zijn afgelopen. Om hem op de proef te stellen (om de mens te laten bewijzen dat hij Hem echt lief had) plantte God de boom der kennis in het Paradijs. Er was de duivel alles aan gelegen om Adam te laten falen, want hij begreep wel met welk doel de mens op de wereld gezet was. We weten hoe dat afliep. De mens verviel in zonde en de aarde, die in principe goed geschapen was, werd vervloekt. De wet van de entropie deed z'n intrede. De aarde werd aan de vruchteloosheid, de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid (entropie) onderworpen. En hiermee aan de strijd tussen leven en dood, goed en kwaad. Vanaf dat moment kun je niet meer zeggen dat de schepping goed is, al is er nog veel dat heenwijst naar de Algoede. Nee, de schepping wacht met reikhalzend verlangen op het openbaar worden der zonen Gods, wanneer de aarde nogmaals wordt herschapen of vernieuwd.

Intussen hoopt Satan nog steeds zijn domein te behouden; hij had gegrepen naar de troon van God in de hemel, en faalde. Daarna greep hij in zijn eigen domein naar de harten van de mensen, en slaagde. In zijn strijd om de macht komt hem alles van pas wat afbreuk doet aan Gods schepping. Dat verklaart waarom het zo'n puinhoop is op onze aarde.

Satan is dus de god van deze eeuw. Dat woord eeuw houdt in dat er een einde komt aan Satans heerschappij. Het woord eeuw houdt al in dat het om een bepaalde tijd gaat. Als 'deze eeuw' is afgelopen, loopt ook het mandaat van de duivel af. Dan zal Jezus de Messias komen om orde op aarde te stellen. Dan zal er vrede heersen op aarde, sjaloom, Gods vrede die gekenmerkt wordt door geredchtigheid. Dan zal niemand meer klappen voor Youp van 't Hek als hij God op het matje roept.

Maar waarom ontneemt God Satan dan nu al niet zijn mandaat? Hij kan hem toch rustig afzetten wegens wanprestatie?
Dat heeft te maken met Gods heiligheid. God zal een belofte nooit verbreken. Als Satan dat mandaat voor een bepalade tijd gekregen heeft, zal hem dat niet vóór zijn tijd worden afgenomen. We vinden hiervan een voorbeeld in de Bijbel. Saul en David staan model voor Satan en Jezus. Koning Saul was door God gezalfd als overste over Gods volk Israel. Na verloop van tijd werd hij wegens wanprestatie gedisqualificeerd. Maar hij werd niet meteen afgezet, hoewel zijn opvolger David ook al tot koning gezalfd was. David, een type van Christus dus, kreeg tweemaal de gelegenheid om Saul te doden. Als hij dat gedaan had, zou niemand hem dat hebben kwalijk genomen. Maar hij deed het niet, want Saul was een gezalfde des Heren. Hij kon wachten op Gods tijd. En dat zullen wij ook moeten doen.

Dus in plaats van op God te schelden, kunnen we beter bidden met Asaf: Sta op, o God, richt de aarde, want Gij bezit alle volken.

Of met Jezus: Verlos ons van de Boze, want van U is het Koninkrijk.

Jenö Sebök

Dit artikel bevat de essentie van het boek Hemelse Gewesten, door Jenö Sebök.

Bestellen


Omslag Hemelse Gewesten, door Jenö Sebök

Hemelse Gewesten

Auteur: Jenö Sebök
Uitgever: Moria
ISBN 90-6649-128-5
Prijs: € 12,50
Bestel het boek Hemelse Gewesten